
Voedingsindustrie in Duitsland:
trends en innovaties
in een
concurrerende markt
tijdens Anuga 2011 te Keulen
Van 8 tot 12 oktober 2011 opent de grootste en belangrijkste food- & beverage-beurs van de wereld zijn poorten in Keulen, Duitsland. Op de Anuga ontmoeten nationale en internationale topbeslissers uit de handel, gastronomie, grootverbruikersmarkt en industrie elkaar. In 2009 verwelkomde de Anuga op een bruto tentoonstellingsoppervlak van 287.000 m² meer dan 6.500 aanbieders uit meer dan 90 landen. Met 150.000 bezoekers is de Anuga de trendbarometer van de branche. Hier worden productinnovaties en nieuwe marketingconcepten voorgesteld aan een professioneel publiek.
Duitsland heeft de wereldwijde financiële en economische crisis op grote schaal overwonnen en kent nu economisch herstel. Duitsland is met 82 miljoen inwoners het dichtstbevolkte land in de EU en de sterkste economie in Europa. De consumeerstemming van de Duitse verbruiker bleef robuust tijdens de crisisperiode 2008/2009 en zorgde voor een stabiele vraag naar consumptiegoederen.
Gemiddeld heeft in 2011 elke inwoner van Duitsland circa 19.700 € te besteden voor consumptie en levensonderhoud. Dat is 500 € meer dan in 2010. Dit gaat terug op de voor 2011 voorspelde economische groei die bijdraagtaan de positieve ontwikkeling op de arbeidsmarkt en de groei van de nettolonen en pensioenen. De Europese gemiddelde koopkracht ligt op 12.000 € per inwoner per jaar.
Duitsland is niet alleen een van de grootste exporteurs van levensmiddelen, maar na de Verenigde Staten ook de grootste importeur van landbouwproducten en voedingsmiddelen ter wereld. In 2010 importeerde Duitsland levensmiddelen ter waarde van 40 miljard €. Veel daarvan was afkomstig van de EU en Zwitserland. Veel invoer wordt verder verwerkt door de voedingsindustrie in Duitsland. In totaal vinden consumenten meer dan 170.000 verschillende producten op de schappen van de handel.
De Duitse markt voor levensmiddelen wordt gekenmerkt door consumenten die ook erg prijsgevoelig en kwaliteitsbewust zijn. Voor bedrijven vormt dit een dubbele uitdaging: de hoogste kwaliteit tegen de laagst mogelijke prijzen aanbieden.
De consumenten geven ongeveer 11% van hun beschikbaar inkomen uit aan levensmiddelen en alcoholvrije dranken en liggen daarmee aan de onderste grens van de Europese schaal. Voor het huishouden van een alleenstaande zijn dat 157 € per maand. Een huishouden van twee personen geeft per maand 302 € uit aan levensmiddelen en voor een gezin van vier personen gaat het om ongeveer 467 €.
Dat de Duitsers vergeleken met de Fransen, die circa 15% van hun inkomen aanwenden voor levensmiddelen, en de Italianen, die zelfs 19% uitgeven aan eten en drinken, een kleiner aandeel uitgeven ligt aan de ene kant aan het hogere inkomensniveau en aan de andere kant aan het lage prijsniveau voor levensmiddelen in Duitsland. Sinds 1980 zijn de prijzen van de levensmiddelen in Duitsland met maar 50% gestegen, terwijl de overige kosten voor levensonderhoud zich meer dan verdubbeld hebben.
Recente studies tonen aan dat het consumptiegedrag van de Duitsers wat voeding aan een sterke verandering onderhevig is. De redenen hiervoor zijn divers. Een vergrijzende samenleving, een groeiend aandeel werkende vrouwen en de toename van een- en tweepersoons huishoudens hebben effecten op lange termijn op het eet- en koopgedrag. Het dagelijkse leven van de consument wordt steeds meer gekenmerkt door toegenomen mobiliteit, individualisatie, internationalisering, flexibele arbeidstijden en een minder sterk gezinsverband.
Onze manier van leven verandert daardoor versneld de trend naar de zogenaamde convenienceproducten, levensmiddelen die in verschillende stadia van afwerking voor de consument bij de bereiding van gerechten verwerkingsstappen uit handen nemen. Een voorbeeld van de conveniencetrend zijn de ‘chilled food’-assortimenten, de koelverse producten. Het productassortiment van dit nog jonge en relatief kleine marktsegment van gekoelde convenienceproducten gaat van verse pasta's, delicatessensalades, vers gesneden fruit en vruchtensappen tot volledige maaltijden.
Tegelijkertijd ziet men een mentaliteits- en waardeverandering naar meer gezondheids- en genotsoriëntatie, duurzaamheid en bewuste consumptie. Uit dit alles blijkt dat ‘de’ verbruiker op zich niet bestaat, maar dat er een verscheidenheid aan verschillende consumptiepatronen en voorkeuren van de consumenttegelijkertijd bestaan.
Het onderwerp gezondheid speelt een belangrijke rol, vooral bij de oudere bevolking. Uit een recente studie van Nestlé bleek dat een overweldigende meerderheid van de bevolking zich bewust is van het gezondheidsbevorderende potentieel van voeding. Een op de acht organiseert zijn voeding vandaag al vooral vanuit gezondheidsoogpunt.
Kwaliteit en duurzaamheid zijn naast ‘convenience’ de sterkste trends in levensmiddelen en -innovaties. Meer en meer consumenten letten bij het winkelen op kwaliteit en willen weten hoe, waar en onder welke omstandigheden voedsel wordt geproduceerd. Daarbij stellen ze steeds hogere eisen aan de duurzaamheid van de waardeketen en de sociale en ecologische duurzaamheid van de productiemethoden.
Kwaliteit is naast prijs het beslissende koopcriterium en wint op dit moment aan belang. Kwaliteit is echter ook een zeer subjectief begrip omdat elke consument de kwaliteitsaspecten anders beoordeelt. Een belangrijk hulpmiddel bij de beoordeling van de kwaliteit wordt gegeven door merken waarin de consument vertrouwen heeft. Vertrouwen is essentieel voor een verkoopsucces op lange termijn. In de recente studie “Consumers’ Choice 2011 - boodschappen doen in Duitsland: tussen eisen aan kwaliteit en prijsbewustzijn" van de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie (de Duitse branchevereniging van de voedingsindustrie) en GfK (Gesellschaft für Konsumforschung, een instituut voor consumentenonderzoek) die in oktober 2011 ter gelegenheid van de Anuga verschijnt, worden de vraag naar kwaliteit, prijsbewustzijn en vertrouwen nader onderzocht op hun invloed op aankoopbeslissingen van consumenten.
In de studie “Consumers’ Choice 09” naar aanleiding van de Anuga 2009 werd het thema “Maatschappelijk verantwoord ondernemen in de voedingsindustrie” onderzocht. De studie kwam tot het resultaat dat voor klanten het maatschappelijk verantwoord ondernemen van een onderneming zeer belangrijk is. Bij de dagelijkse aankoopbeslissing komt dit nog niet volledig tot uitdrukking omdat duurzaamheidsaspecten door iedereen anders worden geïnterpreteerd. Concrete initiatieven van de bedrijven moeten daarom passen bij de producten, de markten en de klantendoelgroepen. Anders betalen de maatregelen zich niet terug in de afzet. Voor levensmiddelenfabrikanten en retailers blijkt dat er in duurzaamheid een aanzienlijk marktpotentieel zit dat nieuwe kansen biedt voor groei en zorgt voor een hogere toegevoegde waarde.
Bio:Bioproducten zijn een interessant marktsegment, dat steeds populairder wordt. De totale markt voor biologische levensmiddelen bedraagt momenteel ongeveer 6 miljard euro per jaar. Dit komt overeen met 3-4% van de totale markt voor levensmiddelen. Duitsland is daarmee de grootste afzetmarkt voor biologische voeding in Europa.
Het aanbod aan fairtrade-producten op de Duitse levensmiddelenmarkt blijft groeien en komt steeds meer in trek bij de consumenten. Naast natuurvoedingwinkels en supermarkten worden de aangeboden producten ook aangeboden in de discounters. Het productassortiment aan fairtrade-producten gaat van koffie, cacao en chocolade, thee, groenten en fruit, honing tot specerijen, wijn en plantaardige oliën.
Levensmiddelen uit de regio zijn een trend die zowel bij de verbruiker als bij de producenten steeds populairder wordt. Vooral kleine en middelgrote producenten en verwerkende ondernemingen hebben zo de kans om de voordelen van hun regio te combineren met het product en het productieproces. Tegelijkertijd ontwikkelt de consument een dieper begrip voor voeding, hun herkomst en de toegevoegde waardeprocessen. Dit leidt tot een hogere waardering en bereidheid om hiervoor te betalen. De markt voor regionale producten groeit dynamisch.
Voedingstrends worden zowel in de huismerken- als in de handelsmerkensector opgepikt en vertalen zich in nieuwe producten. Voedingsdistributeurs investeren steeds meer in eigen merken om zich te onderscheiden tegenover de concurrenten door middel van individuele assortimenten. Het is de sterke positie van de discounters in de Duitse detailhandel in voedingsmiddelen die ertoe heeft geleid dat het aandeel van huismerken op 36% ligt. Het aandeel heeft zich sinds 1999 bijna verdubbeld. Vooral huismerken in het premium-, biologische en fairtrade-gebied zou marktaandeel kunnen bijwinnen.
De veranderingen in de maatschappij brengen ook verschuivingen met zich mee in de afzetkanalen voor de voedingsmiddelenindustrie. Kleinere huishoudens, de veroudering van de bevolking, meer mobiliteit en gewijzigde levens- en werkgewoonten leiden ertoe dat steeds meer levensmiddelen buiten de eigen woning genuttigd worden. Met een omzet van rond 63 miljard € in 2010 is deze buitenshuismarkt naast de levensmiddelendetailhandel het tweede belangrijkste afzetkanaal voor de voedingsmiddelenindustrie. De aan betekenis winnende buitenshuismarkt is voor de voedingsmiddelenindustrie als leverancier zeer interessant, maar qua structuur complex en niet eenvoudig te doorzien. De uitdaging voor de branche bestaat er vooral uit tegemoet te komen aan de per deelmarkt zeer verschillende eisen van de gastronomie, de cateringbedrijven, cateringfaciliteiten zoals bedrijfskantines, ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen aan de kwaliteit en de prijszetting van de te gebruiken levensmiddelen.
De voedingsindustrie is een van de belangrijkste branches in Duitsland en Europa. Samen met de auto-industrie, de elektrotechnische industrie, de machinebouw en de chemische industrie hoort ze tot de vijf grootste industrietakken in Duitsland. In 2010 kende de levensmiddelenindustrie een omzet van 150 miljard euro. Met 544.000 medewerkers in 5.900 bedrijven is de branche een garantie voor groei en welvaart in Duitsland. In Europa telt Duitsland samen met Frankrijk tot de grootste levensmiddelenproducenten. De voedingsindustrie wordt gekenmerkt door kleine en middelgrote bedrijven. 75% van de ondernemingen stellen minder dan 100 medewerkers tewerk.
In de Duitse voedingsindustrie zijn de naar omzet sterkste branches de vleesverwerking, de zuivelindustrie, de vervaardiging van zoet- en banketwaren en de productie van alcoholische dranken. Ook belangrijke branches zijn de fruit- en groenteverwerkers evenals de bottelaars van mineraalwater en frisdranken.
De Duitse voedingsindustrie kende in 2010 een omzetstijging van 1,2%. De groei werd aangedreven door de export die een stijging kende van 9%. Daarmee bereikt de branche een recordexportwaarde van 42,9 miljard euro. Dat vertegenwoordigt 28% van de totale omzet. Het grootste deel daarvan (84%) wordt binnen de Europese gemeenschappelijke markt afgezet; 16% van de export gaat naar landen buiten de Europese Unie, voornamelijk naar Rusland, de VS en Zwitserland.
Het succes van de Duitse levensmiddelen in het buitenland steunt op vijf eigenschappen: uitstekende kwaliteit, productveiligheid, aantrekkelijke prijs, betrouwbare levering en smaak. ‘Made in Germany’ is wereldwijd een gewild kwaliteitskenmerk voor levensmiddelen. Het productpalet strekt zich uit van traditionele Duitse specialiteiten tot de nieuwste innovaties op levensmiddelengebied. Daarbij oriënteren de Duitse levensmiddelenproducenten zich altijd op de noden en de wensen van de verbruiker.
Nederland is de belangrijkste handelspartner van Duitsland in de voedingsindustrie. In 2010 steeg de Nederlandse uitvoer naar Duitsland met 2% tot 6,9 miljard euro. Tot de belangrijkste geleverde producten hoorden verse groenten, vlees en vleeswaren, kaas, plantaardige oliën en vetten evenals cacao en cacaoproducten.
Nederland is ook de grootste afzetmarkt voor Duitse levensmiddelen. In 2010 leverde Duitsland er verwerkte levensmiddelen ter waarde van 5,5 miljard euro. Dit vertegenwoordigt een stijging van bijna 6%. Tot de belangrijkste geleverde goederen horen vlees en vleeswaren, melkproducten, brood en banket, kaas en plantaardige oliën en vetten.
Op de Anuga 2011 zal de internationale voedingsmiddelenindustrie de gelegenheid hebben om met elkaar van gedachten te wisselen over de globale economische ontwikkelingen en actuele marktthema's.
De Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie (BVE of de Duitse branchevereniging van de voedingsindustrie) is hierbij een belangrijke gesprekspartner en biedt op hun beursstand in hal 10.2 de mogelijkheid om contacten aan te knopen met de Duitse voedingsindustrie. Samen met het Duitse ministerie voor landbouw, voedsel en consumentenbescherming presenteren zich vijf Duitse deelstaten met ondernemingen uit de Duitse regio’s. Als thema zal de beursstand helemaal in het teken van kwaliteit staan. ‘Made in Germany’ is ook het handelsmerk voor hoogwaardige levensmiddelen uit Duitsland. Wat Duitse bedrijven doen voor de kwaliteit van hun producten, daarover informeert de BVE in een speciale show en met interviews met topondernemers op de ‘rode sofa’.
Voor de Duitse exposanten en hun internationale gasten organiseert de BVE samen met het Duitse ministerie voor landbouw, voedsel en consumentenbescherming op zaterdag 8 oktober 2011 de ‘German Traders’ Night’. Dit internationale topevenement biedt de gelegenheid om zakelijke relaties met de Duitse voedingsindustrie uit te diepen.
Voor de exposanten en bezoekers zal het interessant zijn om het internationale aanbod aan levensmiddelen en de nieuwste trends op de levensmiddelenmarkt te leren kennen. Enkel op de Anuga krijgen exposanten, professionele bezoekers en journalisten de gelegenheid om de hele wereld van eten en drinken in haar onovertroffen diversiteit te beleven. Wij nodigen u daarvoor uit en verheugen ons nu al op een weerzien in Keulen.
Voor nadere informatie kunt u zich richten tot:
dr. Sabine Eichner
Directeur.
Tel. +49-30-200 786 151
Fax: +49-30-200 786 251
E-mail: seichner@bve-online.de
Internet: www.bve-online.de
De Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie (BVE) is de toonaangevende organisatie van de voedingsindustrie in Duitsland wat het economisch beleid betreft. Ze vertegenwoordigt de brancheoverkoepelende belangen tegenover de politiek, administratie, media, publiek en de marktpartners Het doel van de BVE is het veiligstellen van de toekomstperspectieven van het overwegend midden- en kleinbedrijf. De belangrijkste taken zijn de markt en de concurrentie, beleid inzake buitenlandse handel, consumentenbeleid, milieu- en grondstoffenbeleid evenals duurzaamheid. De BVE behartigt de belangen van de exposerende voedingsindustrie als participant in de Anuga en engageert zich met een eigen beursstand en evenementen tijdens het bijprogramma.